Happy End
18/02/2026
Door Arian Visser
Mijn bestaan als uitkeringsgerechtigde begon heel per ongeluk. Ik was achttien jaar (1986) en woonde nog thuis, in een braaf gezin. Mijn vader werkte noest, moeder zorgde voor de kinderen, en op zondag gingen we naar de kerk. We hadden onze naasten lief, reden een beige Opel Kadett en veroorzaakten nog geen rimpeling in Gods wateren. Tot op zekere dag de begerigheid huize Visser binnensloop (voor de liefhebbers: tiendegebod-alarm).
Ik had CF-kameraadje Rik over de vloer. Hij was even oud als ik, maar had drie oudere broers en dat merkte je. Zijn woordenschat stond niet in de Bijbel en hij bezat een heus wapen: een luchtdrukpistool. Verder beschikte hij over meerdere jaargangen van Penthouse – vooral vanwege de goede interviews, vond Rik. Die avond at hij gezellig mee. Na afloop verklaarde hij ineens: “Arian heeft recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Dat hij nog schoolgaand is, doet niet ter zake.”
Tienerrekening
Mijn vader zweeg een ogenblik en vloog vervolgens in een fabrieksreset. Errorcode 418. Wát? Arian? Geld van Vadertje Staat? Zeker, zijn oudste zoon werkte hard op school, maar om dat nu in Hollandse florijnen uit te drukken – nee, dat was toch al te zot. Rik glunderde na zijn blijde boodschap en voegde er monter aan toe dat bovendien allerlei weldadige vergoedingsregelingen op zijn eerstgeborene lagen te wachten. Binnenkort reed hij er een auto van, verzekerde Rik.
Mijn vader was drie dagen stil, maar toen diende de Geduldige Gelegenheid zich onbarmhartig aan. Nog geen kwartaal later gleden de begeerlijke brieven van het toenmalige GAK onze brievenbus in. Zonder slag of stoot kreeg ik een Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW)-uitkering toegewezen, onmiddellijk gevolgd door een vervoersvoorziening ‘in de levenssfeer’ (wat?) en vergoedingen voor bewassingskosten, schoolvervoer (ik ging met de fiets…), dieetkosten en – als klap op de vuurpijl – telefoon- en aansluitkosten. Nee, deze boom groeide niet tot in de hemel, maar nam hem compleet over en joeg alles en iedereen naar buiten. Enkele jaren later kreeg ik een bruikleenauto onder mijn kont: een fonkelnieuwe Suzuki Alto, waarmee ik voortaan mijn ‘leefkilometers’ aflegde.
Arian in zijn bruikleenauto
Jankende longen
Het is niet zo vreemd dat vergoedingen en voorzieningen sindsdien stevig aan banden werden gelegd. De hoogte van de toenmalige AAW-uitkering en de huidige Wajong veranderde echter nauwelijks en ligt nog altijd amper boven de bijstandsnorm. Ik kon er jarenlang ternauwernood een zelfstandig huishouden mee draaiende houden.
Arian op zijn eerste werkplek - Utrechts Nieuwsblad, 2005
Na mijn longtransplantatie in 2004 wilde ik maar één ding: werken – en snel een beetje. Met een havodiploma was mijn ambitie groter dan mijn opleiding, maar ik had hulp: twee brullende turbo-afterburner-kwaliteitsunits van mijn donor, achter de ribben gemonteerd. Die jankten vanaf dag één dat het een aard had en binnen drie maanden had ik mijn eerste baan ooit, bij de ICT-afdeling van een onderzoeksinstituut.
Van mijn eerste salaris raakte ik in extase. En toen men mij in 2013 uit de Wajong kieperde, vond ik dat best. Leuk ook hoe de rollen waren omgedraaid: via de sociale premies betaalde ik voortaan het staatsapparaat, in plaats van andersom. Waarmee ik meteen verzekerd was voor eventuele arbeidsongeschiktheid in de toekomst – via de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Vangnet
Op de kop af twintig jaar raasde ik door mijn posttransplantatiebestaan. Ik doorkruiste elf opleidingen – op kosten van de baas – verliet het ICT-vak en werd in 2020 hoofd communicatie in de prachtige wereld van de wetenschap. Enkele jaren later maande CF me echter opnieuw tot stilstand. Eind 2024 schoof ik de WIA in. Ik vind het nog altijd ontzettend jammer dat het voorbij is, maar tegelijk besef ik dat ik dit feest van werken überhaupt alleen heb gevierd dankzij mijn beide donorboosterknallers.
En nu ligt er een nieuw regeerakkoord. Werken blijft heilig – weinig nieuws met de VVD in het regeringscentrum. Relatief nieuw is dat iedereen die níét werkt binnenkort wordt aangepakt. Werkloosheidsuitkeringen worden gekort in tijd en geld, ook als je niet (meer) kán werken. Ikzelf ga er in 2029 enkele honderden euro’s per maand op achteruit.
Toch ben ik daar niet zo door van slag. Ons gezin redt zich wel en ik blijf mijn terugval in Neerlands sociale vangnetten als happy end zien. Moeilijker vind ik het dat jonggehandicapten – mensen die nooit hebben kúnnen werken – het nog altijd moeten doen met een Wajong die nauwelijks ruimte biedt voor zelfstandig wonen. Nivellering van werkloosheidsuitkeringen is prima, maar dan graag met een wat hogere ondergrens.
In 2008 stierf mijn vriend Rik en vier jaar geleden vergleed mijn vader. Ze weten nu allebei hoe de hemel eruitziet. Eén ding weet ik ook zeker: die boom van toen staat er niet meer.
Steun mensen met taaislijmziekte
CF is nog altijd een ziekte die niet te genezen is. Om dit te veranderen, is nog veel onderzoek nodig. Wij zetten ons in voor een langer en beter leven met CF. Geef jij ook om taaislijmziekte?
Doneren »